De Kruisgang

De Kruisgang

DE KRUISGANG VAN DE TRINITARIERS grenst aan de kerk en het is een van de oudste gothische kruisgangen uit de streek tussen Maas, Moezel en Rijn. Deze monniken hadden als opdracht de in het Heilig Land gevangen genomen kruisvaarders te verlossen. De orde werd opgericht door Jean de Matha en Felix de Valois. Een standbeeld van de stichters bevindt zich aan beide zijden van het hoofdaltaar in de "Trinitarierkerk". Zij dragen het kleed van de orde: een witte mantel met daarop een rood-met-blauw kruis. Het klooster van de Trinitariers te Vianden, in 1248 gesticht, hing af van de provincie Picardie, de inkomsten werden in drieen verdeeid: een derde was bestemd voor het klooster zelf, een derde voor het Sint Elisabeth hospitaal te Vianden, en een derde werd besteed voor het verlossen van gevangenen. In 1766 werd de monnik P.N. Mamer met triomf in Vianden ontvangen, toen hij terugkeerde met 73 slaven die hij had vrijgekocht van de sultan van Marokko. Het was de laatste keer dat er gevangenen werden vrijgekocht want in 1793 werd het klooster opgeheven door Joseph II, keizer van Oostenrijk.

Het klooster werd per opbod verkocht en tot een privé woning omgebouwd. Eerst in 1955 werd de kruisgang met zijn prachtige spitsbogen, door drielobbige lancetten verdeeid, ontruimd en gerestaureerd. In de kruisgang kan men grafmonumenten bezichtigen.
Het huidige rusthuis van Vianden staat op de plaats van het vroegere klooster der Trinitariers. Het waren ook deze monniken die de wijnkultuur in Vianden hebben ontwikkeld. Reeds in dokumenten uit het jaar 698 wordt een wijngaard "in monte Viennense" vermeld. Tot 1920 wordt er een wijn van middelmatige kwaliteit geproduceerd die men "driemannenwijn" noemde - want zo wil het een plaatselijke traditie -: er waren drie mannen nodig om die wijn te drinken: een man die de wijn gaat drinken, een man die hem de wijn in de mond schenkt, en een derde man die hem vasthoudt zodat hij er zich niet aan kan onttrekken.